We zetten nu langzamerhand de terugtocht in naar Santiago de Chile in het noorden en volgen daarbij de Andes, nu eens aan Chileense, dan weer aan Argentijnse kant. Daarbij doorkruisen we spectaculaire landschappen, vooral in het vulkanische gedeelte tussen Volcán Lanín en Volcán Villarrica en in Araucanía. Dit is het thuisland van de Mapuche, het grootste inheemse volk van Chile, beroemd omdat ze eeuwenlang weerstand boden tegen de Spaanse kolonisatie en ook nooit echt volledig werden onderworpen.
Groot is mijn verbazing wanneer ik de ‘Apenverdrietboom’ massaal zie opduiken. Deze opvallende bomen zijn endemisch voor deze relatief kleine regio, heilig en cultureel erg belangrijk voor haar inwoners. Nergens anders ter wereld komen ze in het wild voor. Nergens anders ter wereld staan ze zo prachtig in het landschap. Maar HIER! Hier maakt de aanwezigheid van Araucaria-bossen het plaatje compleet.
Deze bomensoort bestond reeds in de tijd van de dinosauriërs. Zijn harde, scherpe, reptielachtige schubbladeren doen daaraan denken. Het is een overlevingsspecialist, aangepast om — ondanks de arme, zure vulkaanbodem en de vele grazers — te overleven in koude, winderige en bij tijden zeer droge of zeer natte omstandigheden. Het zijn levende fossielen. Ze groeien traag maar zeker, worden tot 50 meter hoog en worden hier tot 1000 jaar oud! Gekastijd door tijd, weer en wind verliezen ze hun symmetrische, bijna gekunstelde vorm en krijg je ze in alle grillige maten en vormen te zien. Prachtig, die silhouetten.
De boom produceert eetbare zaden, ‘piñones’, vergelijkbaar met pijnboompitten, maar dan groter. Ze vormen het traditionele basisvoedsel van de Mapuche. Ze zijn gemakkelijk te bewaren en rijk aan koolhydraten, wat ideaal is om de lange wintermaanden in het hooggebergte door te komen.
De bomen werden door de Spaanse kolonisatoren in de 18de eeuw naar Europa gebracht. De aristocratie pakte graag uit met het exotische nieuwigheidje. In Engeland werd het zelfs een echte ‘modeboom’ en zo kwamen ze als sierboom terecht in zowat elke kasteel- en botanische tuin.
Ik heb die boom tot nog toe nooit mooi gevonden. Niet in een park, niet bij een villa, niet op een begraafplaats of in een arboretum en al helemaal niet in een keuterig Vlaams voortuintje. Het is ‘als een tang op een varken’ (Vlaamse uitdrukking). Daar lijkt het alsof zijn eigenaar de “plastieken kerstboom” nog een tweede kans geeft door hem in volle grond voor zijn huis neer te poten tot de volgende kerstperiode, maar hem dan vergeet uit te graven. Misschien wel omdat hij ondertussen te groot of niet mooi genoeg meer is. Ha, ha.
Het hoeft geen betoog dat kolonisatie vele nadelen heeft. Vooral voor de lokale bevolking, maar ook voor het land dat in beslag genomen en geplunderd wordt, waardoor een heel ecosysteem verstoord raakt. Men haalt iets uit zijn context, uit zijn omgeving, tot meerdere glorie van het collectieve ego van de kolonisator. Het is slecht, vals, lelijk en dom.
De ‘Pehuén’ — de naam van de boom in de taal van de Mapuche — kreeg in het Vlaams de naam ‘Apenverdriet’, in het Engels ‘Monkey Puzzle Tree’, omdat men veronderstelde dat elke aap bij deze boom wel wanhopig of verdrietig zou worden, daar het onmogelijk is erin te klimmen.
Alleen … geen wilde aap kan deze boom ooit in het wild gezien hebben. … met uitzondering van die witte, domme Europese apen. Whoah!!!
Mic(hael)

Geef een reactie