’s Avonds zoeken we de best mogelijke slaapplaats. In het landschap van Patagonië zijn er eindeloze, verloren pisten waar geen zijwegjes te bespeuren zijn. In de korte film duiken we aarzelend het enige smal paadje naar de rivier in, maar al na 200 meter is er de eerste hindernis. Bij intense regenval stroomt water immers vaak langs het hellende vlak en spoelt dan zand en keitjes mee. We lijken ietwat voorzichtiger geworden en zetten de motor af. We gaan verder te voet naar de rivier en profiteren ervan om het stof van ons lijf te spoelen in het verrassend koude en bodemloze water, net voor de zon ondergaat.
We overnachten op het pad. Lang voor dag en dauw horen we links en rechts stemmen van mannen die in het grote licht van hun 4×4 onderzoeken of ze zich langsheen de camion een weg kunnen banen door de struiken, maar dat zou niet lukken. Ze willen hun visgerei aan de rivier al opstellen voordat het licht wordt. We vragen hen 15 minuutjes geduld om op te kramen en rijden dan de 200 meter achteruit langs hen heen in het pikkedonker.
Veilig terug op de piste rijden we een uurtje de zon tegemoet tot in het volgende dorp.
Het plezier van dit avontuur zit vaak in kleine dingen: het diepe bromgeluid van de motor, het soepele geklik bij het schakelen in de versnellingsbak, de zonsopgang tegemoet rijden door het onaangeroerd landschap en ons zacht gekeuvel op de achtergrond, het opwaaiende stof van de piste in het helle licht van de schijnwerpers, de feloranje wolken die wilde vormen aannemen door de luchtturbulentie boven het Andesgebergte … de geur van slappe koffie en een te zoet, wak broodje vermomd als een croissant.
Ik weet: ‘dit alles gaan we later erg missen’. Mic zegt: ‘later is altijd een ander nu’.
Roel

Geef een reactie