We rijden parallel aan het Andesgebergte, richting het noordwesten van Argentinië. Hoe noordelijker we vorderen, hoe desolater en onherbergzamer de omgeving wordt. De hoogvlaktes golven van 3000 naar de 4000 m hoogte, en sommige grindwegen leiden ons -letterlijk én figuurlijk- naar nog hogere sferen. In de verte worden we voortdurend geflankeerd door de bergketens van het Andesgebergte, met zijn honderden vulkanen die werkelijk reiken tot het dak van de hemel.
We hebben het geluk dat we met onze MANMAN op grote hoogte kunnen verblijven. Door elke dag een stukje verder en iets hoger te trekken, blijven we gespaard van hoogteziekte. Toch blijft er een lichte ijlheid in ons hoofd hangen, en bij inspanning snakken we soms naar adem. Wij zijn trouwens niet alleen. Ook MANMAN voelt de hoogte en zingt nu liefst op een versnelling lager.
De Puna-woestijn is vermoedelijk de droogste streek in Argentinië. Opvallend is de enorme dagelijkse schommeling in luchttemperatuur: het verschil tussen minimum en maximum kan gemakkelijk meer dan 30°C bedragen op één en dezelfde dag.
De ongemakken nemen we er graag bij. Toen de Schepper deze streek schiep, moet hij ongetwijfeld in een goede bui zijn geweest – hoe Hij hier boetseerde en kwistig schilderde met alle kleuren van de regenboog !
Geniet maar mee…
Mic(haël)

Geef een reactie