De Boliviaanse merenroute loopt grotendeels van noord naar zuid, parallel aan het Andesgebergte. De grens met Chili was al die tijd nooit veraf.
Chili is geografisch geïsoleerd door zijn natuurlijke barrières. In het oosten ligt de Andes, één lange keten van hoge vulkanen, in het westen de Stille Oceaan, in het noorden de Atacama-woestijn en in het zuiden de ijzige gebieden. Dit heeft het land gevrijwaard van ziektes en plagen die elders ter wereld voorkomen. Daarom voert het terecht een zeer streng beleid om zijn bloeiende landbouwsector (export van groenten, fruit, wijnbouw) maar ook de biodiversiteit en zijn volksgezondheid te beschermen. De Chileense douane heeft daardoor wel zijn reputatie, zeker onder het campervolkje. Alles wat vers voedsel betreft, zuivel, noten, zaden en alles wat niet perfect verpakt is, komt het land niet in. Twee gewaarschuwde mannen zijn er vier waard. De laatste weken hebben we onze reserves in de diepvries stelselmatig aangesproken en afgebouwd. De frigo, net als een groot aantal plastieken bewaardozen, oogde zo goed als leeg. Enkel de tien dozen met diverse noten en zaden die we dagelijks als ontbijt nuttigen, stonden nog goed gevuld in de hangkast te blinken. Deze collectie werd de laatste maanden zorgvuldig en met de nodige moeite door Roel bij elkaar gesprokkeld. We waren niet van plan om die zomaar zonder slag of stoot in te leveren. We verpakten pompoenpitten & co apart in plastieken zakjes om dan alles bij elkaar in een zwarte vuilniszak te verzamelen. Die kreeg vervolgens het moeilijkst te bereiken plekje, ergens in onze ‘garage’ achter de wasmachine. Met een klein zandzakje op ons hart reden we naar de grens toe. Boven op de Paso de Jama dook uit het niets een grote, stijlvolle loods op. Die was op zijn minst vijftig maal zo groot als het sjofele douanekantoortje dat we net passeerden aan de Boliviaanse kant. In niet mis te verstane zwarte, 3D-letters prijkt ‘Chile’ aan de voorkant. We zijn hier moederziel alleen, overgeleverd aan vier stoere binken die eerder aan militairen doen denken dan aan douaniers. Eindelijk werk, dachten zij ! Ze gooiden zich met zijn vieren op ‘ons geval’. De één gaat voor de paspoorten, een ander voor de autopapieren én vraagt al naar de officiële papieren van onze speedpedelecs (??) terwijl nog een andere me een uitgebreide lijst toeschuift om in te vullen over wat we allemaal in de auto vervoeren. “Méér dan 1000$? Of is het toch 10000$ ?” checkt hij bij zijn collega. Ik zeg gewoon nee. “Noem alles op wat je aan voedsel mee hebt!” Terwijl die heilige drievuldigheid ons daar zo bezighield, was de vierde er al in geslaagd om -zonder ladder en ongevraagd- de chassisnummers van de speedpedelecs op te delven onder de dikke laag Boliviaans zoutstof. Hoe hij dat voor elkaar kreeg, is me nog steeds een raadsel. Gelukkig voor ons reden op dat moment enkele busjes volgeladen met toeristen de hall in. Drie van onze belagers gooiden zich op hun nieuwe prooi. Al hun bagage moest worden uitgeladen om vervolgens door een scanner gejaagd te worden zoals op een luchthaven. Was het de led-verlichting of zagen ze er echt allemaal wat bleekgroen uit door het machtsvertoon?
De enige douanier nog beschikbaar ritste zijn donsjas dicht en met hét document in de hand gebaarde hij ons dat hij klaar was voor het ‘grote werk’. Hij opende onze stuurcabine en zag onmiddellijk de 10 blikken Kretenzische olijfolie van 3l die achter de passagierszetel opgeborgen liggen. Olijfolie staat gelukkig niet op de verboden lijst en dus wou hij er zich enkel van vergewissen dat die blikken wel echt met olie gevuld waren. Dan wees hij naar een box onder de achterbank naast onze vuile was, maar daar zit enkel een stock van handdoeken in. Onvervuld wees hij naar de zakken met onze suppen en kajaks. Die zouden we moeten uitladen om ze dan door de scanner te brengen. Hij schrok even op toen Roel met een oerkreet uiting gaf aan zijn ongeloof en droop wijselijk af. Hij verlegde zijn werkterrein naar het woonhuis. Hij overliep opnieuw de lijst. Gelukkig had ik vermeld dat we 2 kg diepgevroren kippenbouten mee hadden. Toen hij de plastieken zak uit de vriezer opdook, bleek die ‘ongezond’ opgezwollen. Ik dacht ‘hier gaat onze avondmaaltijd’! Geen twijfel dat dit euvel te wijten was aan de grote hoogte waarop we ons nog steeds bevonden. Nee, de douanier weet het onmiddellijk aan vogelgriep want die kip was duidelijk Paraguayaans. Hij keek nog even wantrouwig in het rond voor hij met die trofee in zijn hand ons huis verliet. Daarop stevende hij af op zijn geliefkoosde computer in de hall om er fier en met veel uiterlijk vertoon zijn buit in te tokkelen. Het Paraguayaanse kieken verdween met een gerichte basketbalworp in één van de grote afvalcontainers, waarna de douanier zich omdraaide en me met opgestoken duim duidelijk maakte dat ik kon beschikken. Een half uitgeklede Engelse dame die het hele schouwspel gevolgd had, bekeek me vanuit een hoek meewarig aan alsof zij doorhad dat zij straks diegene zou zijn die gepluimd kon worden. Met een knipoog wierp ik haar veel moed toe. Ik liep fluitend terug naar de MANMAN en zoals bij elk spannend moment dat goed afliep, gaven we elkaar een high five. Op naar San Pedro!
Mic
In deze video een relaas van ons leuk verblijf in San Pedro en omgeving 🤗🤗
Geef een reactie