Fazenda Baía das Pedras
Toeristen geraken in deze fazenda-met-toeristische-activiteit met een stevige 4×4 of met een klein vliegtuig. Wij komen onaangekondigd aanrijden, van mijlenver zichtbaar door de grote stofwolk achter de camion, en worden hartelijk begroet door de eigenaars dona Rita en dono Carlos.


Een andere man, sportief en 76, Sergio, die onze nummerplaat zag, begroet ons in het Nederlands. Hij was ooit getrouwd met een Nederlandse en had er 4 jaar gewoond. Hij is in de fazenda gevraagd als vertaler/gids voor een Duitse jongeman van 19, Janik, die enkele dagen in de fazenda boekte met het doel een tapir te kunnen zien in zijn habitat. Janik is al vele jaren fan van tapirs.
Om het dier te vinden mochten Mic en ik de eerste avond mee bij hen in de open Defender om dieren te spotten met een sterke lamp. Dona Rita, eigenares van de fazenda van 15000 hectaren en werkgeefster van veel voetvolk om haar te helpen in het hotel en volk te paard om de boerderij te runnen, zit zelf aan het stuur. De ogen van duizenden kaaimans lichten op in de meertjes of in het zand, ook de ogen van allerlei vogels, wilde kat, wilde zwijnen, capibara’s, vossen en nog veel meer. We zien de melkweg, maar geen tapir wil zich tonen.

De volgende twee dagen zoeken we wisselend te paard, te voet of met de Defender. Onderweg vertelt Sergio ons uitgebreid hoe de continenten ontstaan zijn, hoe het Andesgebergte omhooggestoken werd en daarmee de zee insloot die nu Pantanal is, vandaar de strandzandbodem, zo groot als 2/3 van Duitsland. Zes maanden per jaar loopt 75% van het gebied helemaal onder water, wat het zijn typisch uitzicht en biodiversiteit geeft. Hij vertelt over termieten en
mieren, over reproductie van alle dieren in de meimaand, maar ook hoe de Portugese en Spaanse kolonisten hier huishielden en hoe de Braziliaanse cultuur en levenshouding ontstond. Hij neemt ons mee in een roeibootje tussen honderden kaaimans en vertelt over de Joodse hegemonie. Hij kon zomaar professor geweest zijn.
Om Janik niet met lege handen naar huis te sturen, wordt overlegd waar en wanneer tapirs zich zouden laten zien. Om 16u vertrekken we met één van de cowboy’s aan het stuur. Hij rijdt niet over de wegen, maar hobbelig dwars door het hoge gras en struiken, zoals wij met ManMan ook doen wanneer een boom of dikke tak onze weg verspert. Hij rijdt door het twee meter hoge riet rond een opgedroogd meer tot hij op enkele honderden meters een dier spot. De verrekijker bevestigt dat het om een tapir gaat. We gaan te voet verder en proberen zo onzichtbaar en stil mogelijk de tapir te benaderen. Het dier heeft niet het beste zicht en gehoor maar een scherpe geurzin. Om die optimaal te activeren beweegt de tapir zijn zachte, korte slurf die alle kanten op kan, waardoor je ook regelmatig zijn boven- en ondertanden kan zien. Janik moet zijn hartslag beheersen om tot op ongeveer 15 meter te geraken. Hij glundert en wij genieten ervan.
Missie volbracht.










Geef een reactie