De Pantanal is een immens drasland dat zich voornamelijk uitstrekt in het centrale westen van Brazilië en ook deels in Paraguay en Bolivia. Het is heel bijzonder … groots, verrassend wisselend en met een rijke biodiversiteit. In tegenstelling tot wat Europeanen ervan denken, is het geen wild natuurpark maar een lappendeken dat grotendeels bestaat uit reuze boerderijen die in privéhanden zijn. Deze hebben zich te houden aan heel wat wetten en regels uit de jaren 80 die er de natuur moeten beschermen.
Fazenda is de Portugese term voor boerderij of ranch. Het zijn gigantisch grote landgoederen die zich bezighouden met veeteelt. Dat is een hele uitdaging want het beheer van de veeteelt moet aangepast worden aan de seizoensgebonden overstromingen van het gebied. Gedurende het regenseizoen van november tot maart staat een groot deel van Pantanal onder water, wat bijdraagt aan de vruchtbaarheid van de streek. De Pantanal is zeker geen moeras maar eerder een steppe met zanderige bodem. Nu hij droog staat, lijkt het ons alsof we door de Kalmthoutse heide rijden. Na de start van het regenseizoen duurt het enkele weken voor de rivieren terug gevuld zijn.

Daarna vult zich de ‘Vazante do Castelo‘een soort deltagebied tussen de rivieren (zie foto hierboven met groen luipaardmotief) en vervolgens stroomt het water overal over de ondertussen weelderig-groene vlaktes. Omdat er over een afstand van 700 km noord-zuid slechts een heel klein hoogteverschil is, komt de hele vlakte grotendeels onder water te staan. Miljoenen vissen migreren uit de rivieren met het water mee en doen zich te goed aan het verse groen en aan het langzaam afstervende gras. Die zijn dan weer spek voor de bek van vogels en kaaimannen en die staan dan weer op het menu van de grote katachtigen. De meimaand is ook hier de periode voor nieuw leven in al zijn vormen. Daarna begint het omgekeerde proces en trekt het water zich samen met alle waterleven langzaam terug via de Vazante do Castelo naar de rivier.
Wij trokken met onze offroad-truck dwars over het grondgebied van enkele fazenda’s die, op zijn minst gezegd, uitgestrekt zijn. In Pantanal rij je altijd over privé eigendom en mag je overal door. Er is een gedragscode namelijk dat je geen enkele poort open mag laten en dat je zoveel mogelijk op het zand moet rijden (zand en zout want vroeger was dit hier de bodem van een zee! ) en… dat je geen alcohol mag schenken aan de cowboys. De gemiddelde fazenda heeft zo’n 50000 hectare. Ja, je leest dit goed, dat is een oppervlakte van 25 km op 20 km ! Er zijn geen wegen want die verdwijnen elk jaar onder het water. Dus afhankelijk van de situatie kan je overal of nergens rijden. De landgoederen worden opgedeeld in omheinde ‘grasvlaktes’ wat betekent dat je om de 5 km wel een poort moeten openen en ook terug moet sluiten om verder te kunnen. Dàt en de mulle zandondergrond zorgen er voor dat we slechts met een gemiddelde van 15 km/uur voortschrijden. We maken gebruik van GPS, coördinaten en kompas om ons te oriënteren op kaarten die we op voorhand hebben geüpload maar waar geen enkele weg op staat. Tijdens het rijden is er ook geen internet. De kortste weg is niet altijd mogelijk omdat bossen, dicht struikgewas, afsluitingen of waterpartijen een passage van de MANMAN onmogelijk maken. Nu en dan moeten we dan ook op onze bandensporen terugkeren. Worden we te vermoeid van al dat zoeken dan zetten we de motor af en blijven we ‘ergens’ in de wildernis staan om er te overnachten. Er is altijd een nieuwe dag om een andere piste naar de volgende fazenda uit te proberen.
We zijn verheugd wanneer het lukt om fazenda Baìa das Pedras te bereiken. Deze boerderij biedt ecotoerisme aan waarbij bezoekers kunnen verblijven in de posada (hotelletje) en kunnen deelnemen aan de talrijke activiteiten op de ranch om zo het unieke wildleven van de regio te observeren. Wij zijn ook welkom en slapen in ons eigen huis onder enkele grote bomen.
Vandaag konden we zelf genieten van de Zuid-Amerikaanse boerenstiel. De ‘Pantaneiros’ zijn het Braziliaanse equivalent van de Gauchos, de Argentijnse cowboys. Hun leven is uitdagend wegens de extreme weersomstandigheden en het sterk geïsoleerde karakter van het gebied. Desondanks wordt hun cultuur en levensstijl als romantisch en avontuurlijk beschouwd. Ze zijn in de eerste plaats essentieel voor het beheer van de veestapel en bijgevolg voor de grootgrondbezitters, in dit geval donna Rita en don Carlos, de eigenaars van de fazenda. Te paard halen ‘Panta & Co’ het vee van de uitgestrekte dras-of graslanden, drijven het samen naar de fazenda of verhuizen ze het naar verdere weides. Niet alleen de Pantaneiros moeten het hoofd bieden aan de extreme weersomstandigheden, overstromingen, droogte en zeer hoge temperaturen, het vee moet dat ook. Zo blijkt het ‘Nelore-ras’ afkomstig uit India -bij ons beter bekend als Zebu’s- het best bestand tegen dat wispelturig natuurgeweld. Ze leveren een goede vleesproductie en zijn bekend voor hun weerstand tegen tropische ziektes en parasieten. Je herkent ze doorgaans aan hun witte vacht, hun overtollige nekvel en typische bult tussen de schouders. De eerste twee eigenschappen zorgen voor een goede temperatuurregulatie, de laatste voor opslag van vocht.
Wij waren getuige van een grote ‘veeverplaatsing’ bij onze aankomst. Een achttal kleurrijk geklede Pantaneiros te paard, en evenveel reservepaarden, dreef een zevenhonderdtal volwassen koeien naar een gebied meer dan 70 km verderop. Ze doen er in toto drie dagen over om die kudde naar kleinere weides te brengen. Daar krijgen de dieren geteeld, proteïnerijk gras op hun bord in plaats van het gras uit de wilde natuur dat stilaan onvoldoende voedzaam is, om hen ‘op gewicht’ te brengen voor het slachthuis. De volgende dag kregen we de vraag of wij te paard, samen met de Pantaneiros, een andere groep koeien naar groenere weides wilden drijven. Hier hoefden we niet over te twijfelen. Wie wil er nu niet eens een èchte cowboy zijn in plaats van die te spelen? En zeker als de arena groot genoeg is om eens wild uit de bol te kunnen gaan ! Het groepsgebeuren met de collega-cowboys, het uitgestrekte gebied, het nauwe contact met de ons toegewezen paarden, het overzicht om de koeien een richting uit te drijven en als summum het paard dat, als het goed gaat, gedwee op de teugel- en hielinstructies van zijn berijder reageert. Bij cowboy Lucky Rule zat het goed want zijn Jolly Jumper had er duidelijk zin in. Ik kreeg een wat oudere (wellicht wijzere) knol die het gebeuren al helemaal uit zijn paardenkop kende. Wat ik ook probeerde, hij reageerde slechts even om dan terug ‘gewoon’ het witte paard van onze hoofdcowboy te volgen, alsof hij me wou zeggen “Je gaat me toch niet moe maken, hé. Die hier voor weet het beter”.😤 Slechts toen hij doorhad dat we terug huiswaarts keerden, kreeg ik de teugels écht in handen. Mijn oude, wandelende Skoda veranderde alsnog in een galopperende Ferrari. Alsof hij zijn stal geroken had, schoot hij vol adrenaline uit de startblokken. Bij mij was het niet anders ! Alle hens aan dek. Deze keer waren het niet de witte koeien die veel stof deden opwaaien. Dit alles natúúrlijk ‘in stijl’, met de beide benen wijd gestrekt in de stijgbeugels zodat wat er tussen zit gevrijwaard wordt van de al te harde, repetitieve contacten met het harde zadel. Al doende leert men… snel zelfs ! Oef… Het geeft in elk geval een machtig gevoel als je dat allemaal op één dag beheerst. Vroeger was ik allergisch voor paarden. Nu? Geen traan, geen neusgedruip, geen prikkeling, gehoest of geproest. Enkel een licht ontwrichte linkerheup.
Cowboy Mighty Mike 😉

Geef een reactie