
Ik neem aan dat onze gedachten voornamelijk gevormd zijn door onze opvoeding en cultuur. Het is verleidelijk om te denken dat ‘onze’ cultuur de belangrijkste of meest geëvolueerde op aarde is. Vlaanderen, of België, of Europa, is dan het centrum van de beschaving.
Eén aspect van reizen is afstand nemen van de eigen cultuur en ons onderdompelen in een andere cultuur. De confrontatie met de andere cultuur corrigeert snel de beruchte gedachte ‘er is ’t Stad en de rest is parking’.
Het lezen van de geschiedenis van een volk zegt niets over wie die mensen zijn, maar wel over de mogelijke oorsprong van hun gedrag, hun gewoontes, hun fysieke verschijning en meer. Wij, opgevoed in België in een katholiek kader, hebben niet dezelfde gedachten en meningen als een Thai of Uruguayaan.

Je kan een ‘nationale attitude’ ook ontdekken door te kijken naar de manier van begroeten, naar de rij-stijl, de lokale kunstwerken, de architectuur, het culinair aanbod, naar hoe minderheidsgroepen (over)leven, het oogcontact, het vertrouwen of wantrouwen rond
centen, het verdragen van lawaai. Mic en ik kijken ernaar en spreken er met elkaar over.
We hebben een ietwat eigenzinnig opgebouwde kennis van het dag- en nachtleven van queer mannen. Waar mogelijk openen we die deuren om een inkijk te krijgen in hun lokaal bepaald gedrag. Dat draagt bij om een beeld te krijgen van de ‘nationale attitude’ van een landstreek. Ieder zijn specialiteit!
Voor ons zet op-reis-zijn dus een groot been in de wereld van de lokale vormentaal. Verschijning, gedachten, oordeel, zelfs emoties, strijd … maken allemaal deel uit van de cultuur.
Wij houden ons andere been in ‘de stilte achter de vorm’. Om stil te zijn hoef je helemaal niet te reizen, maar als de belevenissen op de reis ons inspireren, de ongeziene landschappen en magische momenten vastgeroeste gedachten kunnen losweken, dan kan reizen bijdragen tot die stilte. Over dat been zullen we het zeker nog hebben.
R

Geef een reactie